LK LKpanorama Lucaskerk_1 Lucaskerk_2 Markuskerk_zaaijer

Breda-Wismar-Arad: Het uitgieten van het water

Woensdagavond 20 juli om 18.00u. troffen de deelnemers aan de Zomerontmoeting in Arad en de leden van de contactgroep elkaar bij de brug over de Mark bij de Bieberglaan. Hier samengekomen om het water, dat uit Breda meegenomen was naar Arad en daar tijdens de Doopgedachtenisdienst gemengd was met water uit Wismar en Arad en weer mee terug naar huis was genomen, uit te gieten in de Mark.

 Uitgieten waterIMG_5923

                            

 Zoals water bederft of muf kan worden als het in de fles blijft, maar daarintegen tot zegen kan zijn als er mee gewerkt wordt en het de ruimte krijgt, zo hopen en geloven wij dat onze verbondenheid met Arad en Wismar een beweging is die verder gaat.

Alvorens het water uit te gieten lazen wij het visioen van de profeet Ezechiël (hoofdst.47)

De rivier uit de tempel
1 Toen bracht de man mij terug naar de ingang van de tempel. Daar zag ik water onder de drempel van de tempel vandaan komen. Het stroomde naar het oosten, want de voorkant van de tempel lag op het oosten. Het water liep van onder de rechter buitenmuur van de tempel, ten zuiden van het altaar, naar beneden. 2 Hij nam mij door de noordpoort mee naar buiten en we liepen buitenom naar de oostelijke buitenpoort. Daar zag ik het water aan de rechterkant eruit sijpelen. 3 Met een meetlint in zijn hand ging de man naar het oosten, en hij mat 1000 el. Daar liet hij mij door het water waden: het water kwam tot mijn enkels. 4 Hij mat nog eens 1000 el en liet me weer door het water waden: het water kwam tot mijn knieën. Hij mat nog eens 1000 el en liet me er weer door waden: het water kwam tot mijn heupen. 5 Hij mat nog eens 1000 el en toen was het water een rivier waar ik niet doorheen kon waden. Het water was zo hoog dat je er alleen in zwemmen kon, het was een ondoorwaadbare rivier. 6 De man zei tegen mij: ‘Zie je dat, mensenkind?’ en hij liet mij terugkomen op de oever van de rivier. 7 Toen ik weer terug was, zag ik op de oevers van de rivier aan weerskanten heel veel bomen.
8 Hij zei tegen mij: ‘Dit water stroomt door de oostelijke landstreek, dan naar beneden de Jordaanvallei in, en mondt uit in de Dode Zee. Wanneer het de zee in stroomt wordt het water daar zoet. 9 Het zal er wemelen van levende wezens, overal waar de rivier stroomt komt leven, er zal vis zijn in overvloed. Als dit water in de Dode Zee aankomt wordt het water daar zoet; overal waar de rivier stroomt komt leven.Tenslotte werd het water uit de fles in de Mark gegoten.
"Water, water, laat het stromen.
 Teken en herinnering.
Van een eeuwig heimwee dromen,
van een altijd nieuw begin....."

Inloggen